Iets met onnodige wrijving en warmteverlies
- Jop Fackeldey
- 28 okt 2022
- 4 minuten om te lezen
In de natuurkunde ontstaat er warmte door wrijving. De energietransitie houdt zich niet aan die wet: daar ontstaat juist minder warmte door wrijving. Maar dat heeft dan ook niet zoveel met natuurkunde te maken. Meer met macht en geld denk ik. Laat ik het uitleggen.
Het gaat over de Wet Collectieve Warmtevoorziening. Minister Jetten heeft een brief naar de Kamer gestuurd waarin hij uitlegt dat hij voornemens is de wet zo in te richten dat “gemeenten alleen warmtebedrijven voor een nieuw warmtekavel kunnen aanwijzen, waarbij de infrastructuur in handen is van een of meerdere publieke partijen of waarbij één of meerdere publieke partijen door een meerderheidsaandeel in het warmtebedrijf doorslaggevende zeggenschap hebben over de infrastructuur”. De brief met alle bijlagen vind je hier. Samen met de andere provincies vind ik ook echt dat een warmtenet een essentiële nutsvoorziening is. Kijk hier voor de hele IPO-reactie. Dat is eigenlijk toch een heel logische gedachte. Dijken, (spoor)wegen, riolering, energie- en drinkwatervoorziening; het zijn publieke belangen in publieke handen. We hebben wel eens wat getracht te privatiseren, op het spoor bijvoorbeeld, maar daar is er al heel snel voor gekozen om via Prorail de infrastructuur weer onafhankelijk in publieke handen te brengen.
Je zou dus denken: Applaus voor minister Jetten. Er ligt een afgewogen voorstel waarbij naar iedereen is geluisterd. Maar nee, in een langlopend proces bleef de markt zich daar stevig tegen verzetten. De bestaande warmtebedrijven vonden het niet eerlijk. Ze waren verbijsterd over het besluit. En natuurlijk wordt er dan ook meteen gedreigd: “Vattenfall en Eneco laten weten dat onder die voorwaarde de bedrijven niet willen investeren in nieuwe warmtenetprojecten.”. Misschien is het wel juist dát gedrag dat er voor pleit om vitale infrastructuur niet over te laten aan de markt.
Maar goed: wat zijn dan die bezwaren. De eerste: Verlies van rendement. Marktpartijen gaan er terecht van uit dat als zij investeren, er een passend rendement nodig is, en zeggenschap in de vennootschap die het kapitaal aanwendt. Daar kan ik me op zich van alles bij voorstellen. De minister gelukkig ook. Hij regelt in de wet 2 zaken 1) Overgangsrecht. Voor private warmtebedrijven is er overgangsrecht met zogenoemde uitgestelde werking. Hierdoor zal deze infrastructuur niet direct, maar pas na afloop van de aanwijzing in publieke handen komen. 2) Een ingroeiperiode. Gedurende deze ingroeiperiode (juli 2024-juli 2031) kunnen gemeenten nog wel warmtebedrijven aanwijzen die niet voldoen aan de eis van infrastructuur in publieke handen. Dat vraagt natuurlijk nog heel veel uitwerking, ook over bijvoorbeeld de vraag tegen welke restwaarde de infrastructuur na afloop van die termijn overgedragen kan worden. Maar ik denk dat de wet voldoende investeringskansen biedt voor warmtebedrijven die het publieke belang onderschrijven en ook de garantie willen dat de investeringen terugverdiend kunnen worden. Ernst Japikse (directeur Ennatuurlijk) zegt: “Ik had niet gedacht in mijn leven mee te maken dat de Nederlandse staat tot onteigening over gaat”. Mijn advies: lees de brief en wacht de wet af. Want dat kun je voorkomen, het is inderdaad niet de bedoeling dat je dat gaat meemaken.
Dan was er nog een tweede bezwaar, waarbij de collega van Ernst Japikse, Ron Wit (directeur energietransitie Eneco) het nog een graadje erger maakt: “Wij denken niet dat dorpspolitiek past bij efficiënte bedrijfsvoering”. Tot zover het vertrouwen in de overheid. En tot zover het serieus nemen van de intentie van in ieder geval zíjn warmtebedrijf, om op gelijkwaardige basis en basis van vertrouwen samen te werken met het openbaar bestuur. Is er dan geen continuïteitsrisico ? Los van het feit dat we in Nederland doorgaans goede afspraken hebben om de continuïteit van bestuur te borgen, worden de afspraken waar het hier over gaat gewoon vastgelegd in overeenkomsten. En die blijven ook bij een bestuurswisseling bestaan.
Ernst Japikse geeft in datzelfde artikel aan “dat de opdracht te groot is om partijen uit te sluiten”. Dat klopt. Maar ik denk dat dat ook niet nodig is. Juist in de komende ontwikkelfase kunnen die warmtebedrijven die het publiek belang serieus nemen wel degelijk meedoen.
Zijn er dan geen problemen meer (over). Jawel, meer dan voldoende. Zo zou het bijvoorbeeld heel logisch zijn als de (publieke) Netwerkbedrijven ook op het gebied van de warmte-infrastructuur een rol gaan vervullen. Maar daar zijn nog wel wettelijke aanpassingen voor nodig. Dat moet snel gebeuren. En dan het PWC-rapport “Effecten van publiek eigendomsverplichting op de realisatiekracht voor collectieve warmtesystemen”. Dat geeft terecht aan dat de publieke realisatiekracht versterkt moet worden. In financieel opzicht, want immers een meerderheidsbelang vraagt ook kapitaal om meerderheidsaandeelhouder te kunnen worden, hiervoor moeten we gezamenlijk op zoek naar publieke middelen. Daarnaast de handjes om de netten aan te kunnen leggen. Maar dit staat redelijk los van de vraag publiek of markt als aandeelhouder. Dat probleem heeft iedereen.
Het wetsvoorstel wordt nu verder uitgewerkt en in het eerste kwartaal van het komend jaar naar de Raad van State gestuurd, waarna behandeling in de Kamer volgt. De Collectieve Warmte, warmtenetten, zijn zeker in een stedelijke omgeving de meest efficiënte manier om losgekoppeld te kunnen worden van het aardgas. En dat is van belang voor al onze inwoners. Om te zorgen dat we de warmte betaalbaar houden, om te zorgen dat we steeds minder afhankelijk zijn van het fossiele aardgas en om onze belofte aan Groningen waar kunnen maken. En dan hebben we iedereen nodig. Warmtebedrijven kunnen er voor kiezen om vanaf nu de druk op te voeren, investeringen te stoppen en in een hoekje mokkend te proberen het politieke wetgevingsproces te beïnvloeden of zo u wilt te frustreren. Doe.dat.niet. Die wrijvingswarmte helpt niemand. Accepteer de uitgestoken hand en ga op zoek naar de kansen. Daar krijgen we het echt gezamenlijk warm van.

Comments