Samen krijg je het warmer…..
- Jop Fackeldey
- 25 feb 2024
- 3 minuten om te lezen
In deze column wil ik het, ondanks dat de winter niet opschiet, hebben over warmte. En dan vooral over het gat tussen warmte op papier en echte warmte.
Het is een nieuw buzz-woord. Transitievisie warmte. Wijkuitvoeringsplan. En niet te vergeten: aardgasvrij. Voor warmte-beleidsmakers gesneden koek. Bovendien struikel je over de informatie. Ieder zichzelf respecterend ingenieursbureau heeft een aanbod voor gemeenten. Er is de site van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie met echt alle informatie die je maar wensen kunt. Er zijn handleidingen, handreikingen, leerkringen en rekenmodellen.
En toch zie ik Nederland worstelen. De afspraak is dat in 2050 elk gebouw aardgasvrij is. In het Klimaatakkoord (2019) hebben we afgesproken dat in 2030 onder regie van de gemeenten 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen zijn verduurzaamd of aardgasvrij zijn gemaakt. Dat is over 6 jaar…
Natuurlijk staan de sceptici in koor klaar om te roepen dat het niet kan en eigenlijk vinden ze het ook niet nodig. Ze hebben ongelijk. Het is keihard nodig, om onze reductiedoelen te kunnen halen, maar ook om een toekomstvaste (duurzame zo U wilt) en betaalbare warmtevoorziening te garanderen. En om te zorgen dat iedereen het warm blijft houden, dat iedereen warmte kan betalen, moeten we aan de slag. Echt aan de slag.
Als je in (veel van de) transitievisies warmte kijkt, dan zijn er (abstracte) doelen, visies en technieken. Vooral ook globale doelen: “energieneutraal in 2050”. Dat voelt lekker ver weg. Voor de meeste burgers is dat abracadabra. En die burgers, die vinden hier wat van. Want dat is één van de dilemma’s van de overheid, die warmtetransitie komt bij iedereen achter de voorkeur. Bij iedereen. En die heeft financiële consequenties. En die levert keuzestress op. Mijn ketel is kapot, wat moet ik nou…

In veel gemeenten leidt dat ertoe dat we alle burgers willen betrekken bij de keuzes van het energiesysteem. Want het raakt hen toch allemaal….. Dat is volgens mij niet handig. Want of je ergens met collectieve warmte aan de slag gaat, heeft alles te maken met de dichtheid van de wijk en het aantal potentiële aansluitingen. Of aardwarmte een goed idee is hangt er vanaf of je daar bij kunt komen (en tegen welke kosten), en of je de restwarmte in kunt zetten, hangt er van af of dat letterlijk ”in de buurt” beschikbaar is. Elektrificeren dan maar. Soms kan het niet anders, maar het lijkt mij de laatste optie als je denkt aan de nu al enorme overbelasting van het stroomnet. De eerste stap is volgens mij een technische stap die de gemeente zelf moet zetten: bepaal nu per wijk welke techniek daar het meest voor de hand ligt. Ik noem dat een technische stap en bewust geen ideologische keuze. Dat gaat er overigens van uit dat we het eens zijn over een warmteladder. Een ladder waarbij elektrificeren de laatste stap is, als al het andere niet werkt. De provincie Zuid-Holland heeft een mooie opgesteld. Meer info daarover vind je hier. Maar dan begint het pas.
In de tachtiger jaren maakten we ons zorgen over de leefbaarheid in dorpen en steden. Om dat aan te pakken werd de stadsvernieuwing geïntroduceerd. Het leidde zelfs tot een heuse Wet op de stads- en dorpsvernieuwing. En in de praktijk zag ik op veel plaatsen een mooi samenspel tussen bewoners en een faciliterende overheid die over instrumenten en geld beschikte om te kunnen sturen. Cruciaal waren de “Best Persons”, bijzonder slagvaardige mensen die de problemen in achterstandswijken helpen aanpakken.
Zeker daar waar de gemeenten kiezen voor collectieve oplossingen, en als je de energieladder volgt kom je daar al snel uit, moeten we aan de slag met groene stadsvernieuwing. Met methodieken en werkwijzen die we geleerd hebben uit de stadsvernieuwing in de jaren 80. Met groepen burgers en best-persons die het voortouw nemen. Met collectieven die willen onderzoeken hoe ze zelf eigenaar van hun eigen warmtenetten kunnen worden. Ik beveel de coalitie coöperatieve warmte zeer in uw aandacht aan.
En dan de laatste uitdaging: vervolgens moeten we integraal kijken naar het energiesysteem in onze stad (of dorp). Met inderdaad weer die ladder. Waar en hoeveel elektrificeren we en heeft dat consequenties voor de energyhubs? Waar lijkt geothermie een oplossing en moeten we aan de slag met vergunningen en locaties? Wat wordt de rol van groen gas ? Waar komt het warmtenet te lopen ? etc. etc. Dat zijn uitzoekpunten. En als je de antwoorden op die vragen hebt, leg die dan vast. Voer dan voor de energievisie als onderdeel van de omgevingsvisie en locatiespecifieke aanduidingen en regels in het omgevingsplan in. Dat doen we in samenspraak mét de burger als onderdeel van de Groene Stadsvernieuwing. Er zijn al veel mooie voorbeelden van. Kijk eens op de citydeal energieke wijken. En Energie Samen heeft een mooi stappenplan uitgewerkt om samen aan de slag te gaan: dat vind je hier. Samen aan de slag. Want dan krijg je het warmer !
Commentaires